GROEPSWERK ~ GOUDEN WEKEN

Je kent het natuurlijk allang! Een enorme kleurplaat waar je met je hele klas aan werkt. Juist in de eerste weken *GOUDEN WEKEN* geef je extra aandacht aan het samen één groep zijn. Hoe tof is het om dan een gave eyecatcher van je hele groep aan de muur te hebben hangen?

Het werkt eenvoudig: Verdeel de kleurplaten en kleuren maar! Je kunt afspraken maken over kleuren, maar je kan het ook een fleurig geheel laten worden. (Zie VB onderaan het bericht.)

Klaar? Laat je leerlingen samen puzzelen hoe de platen samen één geheel vormen. Dit kan soms echt een hele uitdaging zijn. Zelf schrijf ik heel klein achterop het nummer. Dus nadat ik de platen heb geprint nummer ik ze op de achterzijde. Zo leg je ze eenvoudig op volgorde als één geheel.

Hieronder vind je de downloads van beide platen.

De lijnen op het A4 printje wordt soms wat blokkerig en vaag. Houd het blad even op afstand, knijp een oog dicht en je ziet het weer scherper!

Tenslotte nog een voorbeeldje van een ingekleurede -andere- versie; check de link:

Heel veel kleur- en samenwerkingsplezier!

👋 meester Otto

Lees verder GROEPSWERK ~ GOUDEN WEKEN

OP KAMP – deel 2


Stilletjes staat ze aan de kant. Ze kijkt toe en frunnikt iets achter haar rug. Wat doet ze toch met haar hand? Een tel later brengt ze haar vingers naar haar neus, ze ruikt er aan. Kijkt er naar. En dan, dan stapt ze op de juf af. “Juf, kijk!” Mijn collega ziet vijf vingers, waarvan één een bruine kleur bevat.

Hoogste tijd voor een douche! Het arme meisje heeft toch flink wat spanning opgebouwd en kon het niet meer ophouden. Achteraf glimlachen we om het tafereel, met liefde in ons hart voor haar. De juf begeleidt en helpt haar en nadat ze is opgefrist en omgekleed verzucht ze: “Lekker schoon!”

De eerste vier jongens zijn aan de beurt om te douchen. Op elke tweepersoonskamer is een toilet met douche, dus deze vier boys kunnen ieder afgezonderd douchen. Samen bereiden we het voor: Wat heb je nodig als je gaat douchen? Zeep. Handdoek. Slippers. En schoon ondergoed dan? Oh ja, misschien wel een goed idee, meester. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik maar wat blij ben dat het douchen van kinderen mij bekend is. En dan wel mijn eigen vier kinderen.

De één heeft moeite met het mengen van warm en koud, de ander lukt het niet om het haar te wassen en de volgende is nog steeds niet begonnen want zijn WC ritueel is wat langer dan verwacht. Van de ene douche wandel, lees: snelwandel, ik naar de volgende. Een andere leerling regelt het allemaal zelf en dat vertrouw ik hem ook toe. Vooraf hadden we namelijk door middel van een vragenlijst bij de ouders gecheckt wie het zelfstandig kan en wie niet.

Dit is dus ook onderwijs, schiet het door me heen. Leren om zelfstandig te douchen, vooruit te denken wat je nodig hebt en natuurlijk het leren vragen om hulp. Als ik een andere leerling in zichzelf hoor mopperen laat ik even van me horen: “Als het niet lukt, dan vraag je: ‘Meester, kan je mij helpen met…’.”

Een uur later zijn er 12 jongens gedoucht. Een van de leerlingen komt niet tot douchen. Er zijn al zoveel dingen anders dan thuis. We laten het even voor wat het is.

Mijn collega’s hebben met de leerlingen die klaar waren de tafels al gedekt, het eten staat klaar (bereid door ouders van een collega), het spel is opgeruimd. We kunnen aan tafel! Opgetogen, opgefriste gezichten zie ik weer. Ze genieten. Ik kijk naar hun ogen en meestal weet ik daarmee genoeg. Hoe dat werkt, is niet uit te leggen. Je ziet, voelt aan hoe het gaat.

We scheppen op, oh wat heerlijk! Gekookte aardappelen, sperziebonen, stoofpeertjes en een gehaktbal. En daar smullen wij allemaal van!

Op kamp – deel 1

Koffers, tassen, stuiterende en hele stille leerlingen. Één voor één komen ze het plein op. Vandaag gaan we op kamp en dat is nogal wat! De vertrouwde omgeving van thuis en school verlaten voor alles wat onbekend is.

Rond 09.00u vertrekken we luid toeterend en hard zwaaiend van het schoolplein. Opgetogen stemmen op de achterbank, een benepen stemmetje naast mij als bijrijder.

Een uurtje later arriveren we bij het kamphuis. Wat een ruimte en wat fijn afgebakend. Mijn collega doet samen met de beheerder een rondje door het huis en mijn andere collega hangt snel het nodige op: De picto-planning voor in de eetzaal en de foto’s op de slaapkamerdeuren. En dan mogen we eindelijk het huis betreden.

Leerdoel 1 komt direct al aan bod. Zelfstandig je bed opmaken. Zover als het kan. En als het niet lukt; zelf om hulp vragen bij de juf of meester. Met 20 leerlingen en op dit moment vijf leerkrachten gaan we aan de slag. We houden alle leerlingen in het zicht, we helpen waar nodig.

Heel even vliegen mijn gedachten naar een jaar terug, groep acht met 35 leerlingen. Eenvoudig gaf ik toen dezelfde opdracht. En zei: over 15 min is iedereen klaar. De checkronde of het was gelukt deed ik later wel. Ik wist; dit moeten ze gewoon kunnen. Hoe anders is het nu! Na ruim een half uur zijn de meeste bedden opgeschud. De meesten met hulp. En wat zijn ze trots. De eerste legt zich neer en zegt: ‘Even uitrusten hoor’.

De lunch volgt, we zingen wat liedjes met de gitaar en daar rollen de eerste tranen al. Heimwee. Zo’n naar gevoel in m’n buik, huilt ze. Ach, wat vervelend. Na een kwartiertje sluiten we zorgvuldig en een tikkeltje sturend het mapje. De tranen verdwenen en de komende drie dagen blijft het mapje dicht. We zien haar volop genieten. Blij toe, dat we hebben doorgezet.

Zeskamp op het terrein staat op de planning. De eerste leerlingen vlogen met hun vingers al over de picto’s. Wat gaan we doen? Hoe laat? In welk groepje? Alles staat er op. Duidelijkheid, structuur, orde. Geen verrassingen, daar houden we niet van. Een van de leerlingen mist het overzicht tijdens zeskamp en komt ineens weer in de weerstand. We bevorderen hem tot scheidsrechter op de stoel en zie daar, zijn glimlach verschijnt weer!

Een actief, vrolijk potje zeskamp eindigt in een watergevecht waarbij vooral de juffen en meester het moeten ontgelden. En o, wat genieten ze van het gegil van de leerkrachten.

Het wordt tijd om te douchen. Maar dat gaat zomaar niet. Dus dat lees je de volgende keer…

De vertrouwde ander

Ineens stond zij daar, achter mij. Een tikje op mijn schouder en hoorde ik luid en duidelijk: “Goedemorgen meester!”.

Ochtend na ochtend groette ik haar. Naar verloop van tijd kwam er voorzichtig een lachje. Tot vandaag. Ineens haar stem! “Goedemorgen!” Snap je dat de dag dán al goud waard is?

Wat fijn dat je er bent, zeg ik. Een knikje met een glimlach. Mijn hart vult zich met vreugde om dit kleine gebaar. Een teken van vertrouwen. Langzaam, heel langzaam bouwen we verder.

Als de time-timer piept halen de meesten opgelucht adem. Het boek klapt dicht en als ik nog niet aan mijn evaluatie begonnen was kan ik dat nu wel vergeten. Tijd is tijd. Behalve voor haar. Zij werkt door. Tot? Tot ik zeg: Jij mag ook stoppen.

De bel klinkt, we gaan het plein op. Ik wens hen een fijne pauze en praat even met m’n collega over de voorbije les. Mijn ogen dwalen nog even langs de tafels. Hé, ze zit er nog. Ze kijkt mij afwachtend aan. “Jij mag ook naar buiten!” Geen reactie. We maken snel ons gesprek af en ik pak mijn jas om het plein op te gaan. “Ga je mee? Ik ga ook naar buiten!”

En dan, een knikje. Een lach. Ze staat op. Loopt met me mee. Ze kent het ritme van de dag, want ze weet precies wanneer ik pleinwacht heb. En ik doe m’n best, om het ritme van de dag vast te houden.

Dat geeft rust. Veiligheid. Overzicht.

Opgewekt door haar lach loop ik het plein op. Ze spelen, ja spelen. Ik zie veertienjarigen. Ze spelen “Anne-Maria-Koekoek”. En ik? Ik kijk. En geniet.

Mijn hart stroomt over voor deze leerlingen.

Vertel es…

“Hé, Otto, vertel eens. Hoe is het nu met je op je nieuwe werkplek? En je leerlingen, wat moet ik mij erbij voorstellen?”



Mijn ogen zien tien fantastische leerlingen, oh wat een mooi stel! En hoe ingewikkeld ook. Puzzelen, puzzelen, puzzelen. En aan het einde van de dag bedenken: ‘Is de puzzel nu gelegd?’.

‌De ene leerling functioneert op sociaal emotioneel niveau als een 1 jarige. Mijn nabijheid geeft rust. Antwoorden krijg ik niet vaak, maar ‘er zijn’ is meestal al genoeg. Een andere leerling kan geen enkele prikkel verdragen, kan een klein uurtje werk leveren en daarna is het gedaan voor een dagdeel. De ander heeft een ziekte waardoor hij veel schooldagen mist. Een volgende oogt vrolijk en haar leeftijd en gedrag komen overeen, behalve dan het lezen. Alle letters zijn bekend, maar het verklanken is een ontzettend moeizame stap. Op het moment dat er een vreemde mijn klas in stapt reageren er een aantal direct. In de aanval of klaar om te vluchten, denkend dat ze het op hem gemikt hebben en daarom naar binnen komen. Zijn klasgenootje weet geen houding en uit een vreemde taal, bizarre woorden, brengt opmerkende geluiden voort.
‌Stil op zijn plek slaat een andere leerling alles gade. Voortdurend checken of alles nog klopt. Doen we nog zoals we deden? Kloppen de picto’s bij het moment van de dag, houdt de meester zijn eigen routine vast of wijkt hij er toch van af. Want als dat zo is ..dan komen de vragen. Eindeloos. Geduldig puzzelen we mee om alles weer op z’n plek te krijgen.

En tussen dat alles vliegen de uren voorbij. Proberen we elke leerling een stapje verder te brengen in het rekenproces, in het lezen, maar ook vooral in het sociale proces.

Een hoop te doen. Nog meer te ontvangen. Ik kan mij geen mooiere plek bedenken dan hier, op de 1e etage van de Obadjaschool.

24 complimentenkaartjes

Zomaar even een klein kaartje om uit te delen.

Op een contactavond hoorde ik dan wel eens van ouders: “Dat briefje/kaartje deed hem zoveel, hij heeft ‘m boven zijn bed hangen!”

Zoiets kleins, zo gemeend vanuit je hart. Dat doet een leerling goed!

Bij deze heb ik het voor je wat makkelijk gemaakt. Printen, knippen (evt. lamineren) en uitdelen. Per dag 1 of 2? Natuurlijk zijn ze nog een keer te printen..

Voor een positieve start na de herfstvakantie!

Een (on)gewone dinsdag

Om 06:45 uur floepen de lichten van mijn lokaal aan. Als ik naar buiten kijk zie ik alleen mijzelf. De rust in de school voelt fijn aan. Nog ietwat fris voelt het aan in het lokaal.

Ter voorbereiding zet ik mijn PowerPoint klaar van het begin tot aan het einde van de dag. Met de wetenschap dat vandaag alsnog het een en ander zal wijzigen aan de planning. Inmiddels raak ik vertrouwd met de invulling van de dinsdag en weet ik uit mijn hoofd wat de vakken van deze dag zijn. Maar heeft de ervaring ook geleerd dat geen enkele dinsdag op elkaar lijkt.

Wanneer mijn collega binnenkomt om deze dag vandaag samen te fixen lijkt het wel of we elkaar al jaren kennen. Voor haar ook zo wennen, een nieuwe collega met zijn eigen grillen. En als ik het even niet weet, dan loodst zij mij er doorheen, zonder dat de leerlingen het merken. Ik geniet van de samenwerking. Bijzonder om te ervaren hoe snel je vertrouwd raakt met je collega’s die dag in dag uit de klas samen met mij runnen.

Om 8.15 uur klinkt de bel al, tien minuten te vroeg. Maar door de regen komen de leerlingen eerder naar binnen. Zou dat al het eerste teken zijn dat de dag vandaag anders gaat dan anders? Rustig zoeken de leerlingen hun plekje op. Voor de één vanzelfsprekend om eerst de juf en meester te begroeten, voor de ander al de eerste uitdaging in de klas. Een zacht instrumentaal muziekje klinkt in de klas, de leerlingen lijken er wel van tot rust te komen. De één tekent, de ander staart voor zich uit, een ander kleurt, weer een ander maakt een praatje met de juf.

Op de gang wacht ik de andere leerlingen op. De collega’s van de groep naast ons staan ook op de gang en we babbelen heel wat af. Zo mooi, zij kennen mijn leerlingen ook. Zij observeren met mij mee, maar delen ook informatie die ik steeds weer nodig heb. Van lang niet alle leerlingen beschik ik over de juiste sleutels om gedrag te begrijpen. Wat maakt dat een team sterk, als je elkaar kan versterken.

Minuten strijken voorbij. Waar blijven die laatste 4 leerlingen toch? Je zou denken: Gewoon beginnen! Ja, dat dacht ik ook. Maar één leerling is ziek, vijf leerlingen zijn in de klas en de rest nog onderweg… En voor iedereen net zo fijn om de dag sámen te starten. Want als je te laat op school komt, dan is dat al een valse start.

En ja, daar zijn ze dan! Als ik de deur sluit om de dag te starten zie ik dat ik te snel wil. Er moet eerst nog even iets kwijt over de heenreis. Alle vakjes zorgvuldig afsluiten, weet je nog? Een drukte onderweg, wat regen, etc.

Nog één vinger in de lucht. Waarschijnlijk nog een verhaaltje over een drukke morgen of iets moois wat onderweg te zien was. Hij krijgt de beurt en tot mijn verrassing vraagt hij: “Wat doe jij als het winter is?”. Verbaasd kijk ik hem aan. ‘Als het winter is?’ “Ja, want dan moet je wel sneeuw ruimen!”

Ook dit vakje sluiten we zorgvuldig af. Het is nu nog herfst en winterplannen heb ik niet. Voor vandaag heb ik wel plannen, kijk maar met me mee! We gaan vandaag…

En zo start onze (on)gewone dinsdag.

De schoolfotograaf

Het is tijd voor de fotograaf! Al de hele dag zindert het door de school. Je voelt en merkt het, gespannen wachten leerlingen af tot we aan de beurt zijn.

We maken ons klaar om naar beneden te gaan (lees: tafel opruimen, toiletbezoek, stoel aanschuiven – zo’n ruime tien minuten). Eén leerling stagneert, hij wil niet. Echt niet. Zwijgzaam kijkt hij van de juf naar zijn klasgenoten, naar mij en dan naar buiten.

Intussen weten we dat ‘mapjes sluiten’ het sleutelwoord is. Maar als je niet weet welk mapje open staat en als je leerling zwijgt? Kom er dan eens achter.

Na enkele minuten dringt het door. “Ga je met mij mee?” vraag ik. Een knikje, ja! Hij grijpt mijn hand en klemt zich aan me vast. Hoe onveilig is dat eigenlijk, als je niet weet hoe het gaat?

Respect voor de fotograaf. Met alle geduld en passie probeert ze de leerling in haar beeld te vangen. Verschillenden kijken nog even naar mij, of ik bevestig dat zij aan de beurt zijn. Die zoektocht naar veiligheid, dat raakt me. Maar ook; blijkbaar vertrouwen ze me al zover dat ze er op rekenen dat ze mij kunnen volgen.

Dan gaan we naar buiten voor de groepsfoto. Dan ben je met twee leerkrachten, tien leerlingen. En alsnog valt er iemand net buiten ons blikveld. Waar is ‘ie nu gebleven? Bezorgd zoek ik rond, voel mijn verantwoordelijkheid per 10 seconden zwaarder wegen. Aan mijn hand staat nog steeds de leerling die anders niet meebeweegt, dat ontneemt me de vrijheid om een sprintje naar binnen te trekken.

“Kijk, daar is hij!” Heel rustig komt de leerling aanlopen. Dat we hem kwijt waren komt niet binnen. De enige reactie die we krijgen is: ‘We gaan toch naar buiten, dan moet je jas aan!’

Zo volstrekt logisch. Hoe kon ik dat nu vergeten? Het is immers slechts 24°C.

Geldrekenen

Tijdens de intro van mijn rekenles over geld ontvangt iedere leerling een biljet, variërend van €5 tot €100. Per tweetal komen ze naar de kassa en mogen ze hetzelfde bedrag nogmaals pakken, maar dan met andere biljetten of munten.

De start gaat redelijk vlot en enthousiast wordt er meegedaan. Al dat geld is toch echt een feestje. Ik vraag me af bij sommige leerlingen of zij wel eens in de winkel iets hebben betaald. Het begint me te dagen waarom 1x in de week twee leerlingen meegaan om boodschappen te doen in de supermarkt..

We vervolgen de les en gaan in drie niveaugroepen aan de slag. Één van mijn fantastische assistenten (waar zou ik zijn zonder hen, ik denk onder het bureau..) gaat met een groepje aan de slag. De eerste opdracht wordt aangevangen.

Na twee minuten kijken we elkaar aan. Dit werkt niet. De niveaus lopen ook binnen het groepje uiteen. De ene leerling kijkt verveeld om zich heen, de volgende wiebelt druk op z’n stoel omdat het even boven z’n pet groeit. De ander blijft maar puntenslijpen.

Iedere leerling zetten we afzonderlijk aan het werk. Ik noem je voorbeelden van de diversiteit ten opzichte van het geldrekenen met mijn 10 leerlingen:

Leerling 1 wisselt €5 om in munten. Dit lukt niet met centen, wel met euro’s. Leerling 2 wisselt €10 om inclusief gebruik maken van centen. Leerling 3 reageert niet en sluit zich helemaal af, onbereikbaar. Leerling 4 oefent met ‘Je betaalt €10 maar het kost maar €7, hoeveel krijg je terug? Leerling 5 haalt uit de kassa het bedrag van €95 maar begrijpt niet waarom €0.95 niet hetzelfde is als €95. En dat terwijl het net met €50 wel goed ging! Leerling 6 rekent uit hoeveel je samen moet betalen en doet dat door middel van al het geld fysiek neer te leggen. Leerling 7 leert om bedragen af te ronden op hele getallen. Leerling 8, 9 en 10 zitten daar ergens tussen in of steekt met kop en schouders er boven uit.

Na 30min is het op. Echt op. De rek is er uit, de concentratie verdwenen. We ronden samen de les af door kort een rondje te doen aan welk doel we hebben gewerkt. Ik zie dat de meeste woorden langs de leerlingen heen glijden.

Oren, ogen, handen, woorden te kort om alles aan te bieden wat ik zou willen. En toch deden we dit. Met dank aan.. Juist, de assistent(en). Wat ben ik blij met hen!

Lokaal versus speeltuin

Zwijgzaam volgt zij mijn aanwijzingen. Zolang het haar zint. Iets nieuws doen? Geen denken aan. Eerst kijken hoe het gaat.

Langzaam maar zeker krijgt mijn les vorm. Maar hoe krijg je interactie met een zwijgende leerling. Bij een gesloten vraag met een positief antwoord krijg ik een kort knikje. Negatief antwoord? Dan blijft het stil. Geen hoofdschudden. Stilte. Grote ogen staren mij aan en ik ben niet in staat ze af te lezen zoals ik zou willen.

Ik schuif haar een klokje toe. “Ik zet ‘m op kwart over zeven.” Daarna zeg ik: “Zet de klok op kwart over drie.” Langzaam, vertwijfeld raken haar vingers de wijzers. Stapje voor stapje worden de wijzers kloppend gemaakt. Als ik het later nog eens check, doet zij het opnieuw goed. “Oké, dit kan je dus! Super!”

We lopen naar de speeltuin. Twee aan twee. En je begrijpt wie er naast me loopt. ‘Kijk, een auto.’ zegt ze. Ik reageer kalm en koeltjes. Van binnen springt mijn hart op! We lopen verder en het is niet langer stil. Steeds meer zinnen komen langs. Mijn collega kijkt me aan, we glimlachen. We voelen vanbinnen hetzelfde. Wat is dit toch mooi!

We komen bij de speeltuin. Eerst een rondje er om heen, de speeltuin op afstand verkennen. “Wat wil je gaan doen?”. Ze wijst én zegt: ‘De glijbaan’. “Ga maar! Ik blijf hier staan en kijk.”

Als ze bovenin staat hoor ik haar nog steeds. “Hee meester, hier ben ik. Weet je wat jij bent? Je bent een mafkees!”

Lokaal versus speeltuin. Van opgesloten naar vrij. Van onbereikbaar tot benaderbaar. Van stilte tot contact. Ik leer elke dag. En elke dag doe ik iets wat ik nooit eerder deed.

Love my (new) job.